Bij het opzetten van een nieuwe studie zijn er veel uitdagingen. Voor drie verschillende studies naar hoofd-halskanker heeft prof. dr. Remco de Bree het afgelopen jaar aangeklopt bij DORP. Met name voor ondersteuning voor de aanvang van een studie, om het studieprotocol zo goed mogelijk voor te bereiden. Hoe zijn de ervaringen met DORP en wat is zijn advies aan andere onderzoekers?

Remco de Bree is lid van de raad van advies van DORP. ‘Ik zit zodoende wat dichter op het vuur en zag kansen om de expertise van DORP in te zetten. Er is zoveel in ontwikkeling. De jonge arts-onderzoekers in mijn groep worstelen met juridische vraagstukken, het opzetten van het onderzoeksprotocol, het opstarten van een grote studie en wat zet je dan wanneer in werking. Voor hen is het allemaal de eerste keer dat zij dat doen en de regelgeving verandert ook vaak weer, dus ook zelf moet ik dan weer opnieuw uitvinden wat er wanneer moet gebeuren. Daarmee heeft DORP ons geholpen. Bij DORP kom je in contact met mensen die goed weten wat er mag en wat er niet mag, en als ze het zelf niet weten, dan hebben ze de contacten die er wel iets over weten.’

Juridische vraagstukken

De uitdagingen bij het opzetten van studies zijn legio. Voor welke onderwerpen is DORP ingeschakeld? De Bree: ‘Een aanzienlijk deel van de uitdagingen bij het opzetten van een studie is juridisch. Bij longitudinaal cohortonderzoek zijn wij een van de deelnemende centra en kunnen we een aanvraag indienen voor data. We hadden een voorstel uitgewerkt van welke data voor onze onderzoeksvraag nodig zijn. Mag die data dan met ons als deelnemend centrum gedeeld worden? Elke jurist kan daar weer anders tegen aan kijken tegen en de wet en regelgeving anders interpreteren. Dat proces neemt veel tijd in beslag en er is een risico dat regels strenger worden uitgelegd dan nodig is.

Daarom hebben we DORP gevraagd om mee te kijken naar het delen van beelden in het kader van de landelijke cohortstudie NET-QUBIC. Dat is een longitudinale studie waarin data en beelden zijn verzameld. De data hadden we inmiddels, maar daar wilden we scans bij die de radiotherapeuten voor een ander doel zouden gaan verzamelen. Hier zat al lange tijd geen schot in, door verschil van inzicht over de dekking van de overeenkomst van het project voor het delen van deze data. DORP heeft meegekeken, navraag gedaan (bij ELSI, de servicedesk van Health-RI) en feedback teruggekoppeld aan de onderzoeker. Met deze feedback en een aanvliegroute heeft DORP ons de handvatten gegeven waardoor het verzamelen en delen van de data binnen het project op gang is gekomen en de samenwerking met de andere centra binnen het project weer is vlot getrokken.

Ook bij andere promotieonderzoeken willen we de data van meerdere centra betrekken. Inmiddels zijn we zo ver dat men het er wel over eens gaat worden. Waar een aantal centra eerst bezwaren hadden i.v.m. de AVG is het belang van het onderzoek en de juridische voorwaarden hiervoor nu beter op een rij gezet, waardoor het juridisch wel mogelijk is. Onderzoek wordt steeds ingewikkelder. Het is ongelooflijk hoeveel regeltjes er zijn om heel basale data tussen centra over te krijgen. Maar daar moeten we het mee doen. Waar we aan kunnen werken is goede afstemming, zodat de juristen van de centra dezelfde interpretatie hanteren en dan helpt het enorm als er een handvat is vanuit DORP. Zij hebben een netwerk van kennis en ervaring die beschikbaar is, maar niet altijd makkelijk vindbaar is voor een onderzoeker.’

Definitie van SAE’s

Ook bij het opstellen van het protocol van een nieuwe studie zijn er veel uitdagingen. De Bree: ‘Bij een studie was er onduidelijkheid over wat we als Serious Adverse Event (SAE) moeten gaan rapporteren. Ook daar hebben we DORP advies over gevraagd. Met ons eigen trialbureau kwamen we daar niet snel uit. Het gevaar was dat de definitie van SAE zo breed getrokken werd dat we aan het rapporteren konden blijven, en dat er overlap was tussen SAE’s en uitkomsten van de studie. Dan heb je het soms even nodig om iemand van buiten er naar te laten kijken.

Het ging om een trial bij patiënten die behandeld worden voor strottenhoofdkanker. Bij de operatie hiervoor krijgt een meerderheid van de patiënten last van een fistel. In onze studie is fistelvorming de belangrijkste uitkomstmaat, terwijl het in de meeste studies een SAE is. Dan kun je elke wondinfectie gaan scoren als SAE, maar voor deze patiëntenpopulatie is dat niet passend. Daar hebben we, met advies van DORP een werkbare flow voor gevonden, met heldere definities. DORP heeft ons gewezen op de leidraad van de CCMO en gekeken naar mogelijkheden om daarvan af te wijken en gecheckt hoe we dat konden opnemen in het protocol. Veelvoorkomende uitkomsten in beide armen moeten niet als SAE worden gedefinieerd, dat is niet werkbaar. Samen hebben we hierin toegewerkt naar duidelijke handleidingen voor de deelnemende centra en een werkbaar protocol dat ook gedeeld is met de monitors.’

Flow van de studievoorbereiding

‘Tenslotte hadden we een hulpvraag bij het opzetten van een Randomised Clinical Trial (RCT). Onze onderzoekers liepen steeds tegen nieuwe dilemma’s aan. DORP heeft vanaf het begin meegelopen in de opzet van deze studie en in het voorwerk van de indiening bij de METC. We zaten met zijn allen bij elkaar om het dossier zo goed mogelijk te maken. Dat heeft voor de afstemming tussen het protocol, de monitoring en de statistiek en datamanagement geholpen. Statistische ondersteuning was in deze studie niet nodig, dat hebben wij in huis. Onze vragen gingen over het proces, zoals wanneer vraag je de monitor er bij? Hoe stem je de verschillende onderdelen, zoals monitoring, statistiek en datamanagement op elkaar af? Het gesprek met DORP gaf een goed overzicht. DORP heeft hiervoor inmiddels de Clinical Trial Roadmap ontwikkeld, die helpt om de opzet en doorloop van een studie te overzien; wat doe je wanneer en met wie.

Met de kennis en praktische instelling van DORP zijn we tot een goede inrichting van de studie gekomen. De ervaring van onze mensen is daardoor ook weer gegroeid en bij een volgende studie staan we er dus beter voor. Maar dan nog is het fijn om te weten dat DORP kan inspringen als nodig. Er zit een zekere inefficiëntie in het systeem, omdat jonge arts-onderzoekers alle nieuwe dingen zelf moeten uitvinden en binnen het ziekenhuis nog wel eens van het kastje naar de muur worden gestuurd. Mensen spreken elkaar soms tegen en het wordt te ingewikkeld gemaakt. Dan is DORP als vraagbaak buiten je eigen centrum enorm welkom.’

Naar de ECTR

De uitdagingen in klinisch onderzoek zijn nooit af. De Bree: ‘Met de nieuwe Europese wetgeving ECTR is het risico dat de frustratie van onderzoekers weer oploopt. Je kan die regelgeving gewoon niet volgen naast al het klinische werk. Nu kunnen we bij een nieuwe studie nog de afweging maken of we het volgens de nieuwe wetgeving doen of niet, maar binnenkort zullen we echt over moeten. En daarvoor is het fijn dat DORP beschikbaar is, want het zal een behoorlijk nieuwe werkwijze worden. De kennis, kunde en het netwerk van DORP gaat zeker helpen om de vertaalslag te maken van de nieuwste veranderingen in wet en regelgeving naar de praktijk.’

Recente berichten